Ingeborg Weuring, Medrie

Zelfmanagement stimuleren bij zorggroep Medrie

Zorggroep Medrie neemt deel aan een van de vijf zogenaamde ontwikkelpilots van Zelfzorg Ondersteund, waarin op regionale schaal wordt onderzocht hoe implementatie en opschaling van ondersteunde zelfzorg in de praktijk verloopt. Dit zijn projecten die in een regio een ambassadeursrol (‘best practice’) gaan vervullen om te zorgen voor een opschaling van eHealth in 2015. Ingeborg Weuring is programmamanager voor ketenzorg bij Medrie, een zorggroep in regio Zwolle, en werkt aan doorbraakproject DESTINE.

Van 01 december 2013 tot 01 augustus 2016 loopt bij zorggroep Medrie uit Zwolle het doorbraakproject DESTINE. Medrie is een brede huisartsenorganisatie die huisartsen faciliteert en ondersteunt in de regio’s Zwolle, Flevoland en Hardenberg. Doelgroep van het project zijn patiënten met diabetes type 2. Doel van het project is onder andere het ontwikkelen en inzetten van een strategie voor hetmotiveren en betrekken van zorgverleners, ervaring met Individueel Zorgplan (IZP) opdoen, patiënteneducatie en leefstijlcoaching, en een implementatiemethodiek ontwikkelen voor een brede(re) uitrol. De wetenschappelijke aantoonbaarheid van het effect PRISMA en e-Vita is ook een pijler van het project.

Weuring: “Sinds 2011 onderzoeken we als zorggroep hoe we zelfmanagement kunnen stimuleren. Wij waren op zoek naar methoden om zelfmanagement te vergroten. Vooral op het gebied van educatie in de huisartsenpraktijk hadden we het gevoel dat er meer was.” PRISMA, een van oorsprong Brits groepseducatie programma voor mensen met type 2 diabetes, werd door twee diëtisten van Medrie opgemerkt. PRISMA is een cursus van zeven uur, die bij Medrie verdeeld over twee dagen wordt gegeven. De cursus wordt door een koppel van twee trainers gegeven, bijvoorbeeld een POH, diëtist of diabetesverpleegkundige, aan een groep van tien tot twaalf patiënten.

Groepseducatie

Weuring vertelt dat PRISMA gebaseerd is op groepsonderwijs. “Patiënten in een groep delen hun kennis over diabetes, en gaan vragen stellen en met elkaar antwoorden geven. PRISMA-trainers stellen kennis bij of corrigeren indien nodig. De in Engeland in de praktijk bewezen methodiek waarbij mensen zelf antwoorden formuleren zorgt ervoor dat kennis veel beter beklijft. Na de groepseducatie volgt een individueel actieplan: patiënten stellen een eigen plan op met risicofactoren en persoonlijk doelen waar ze mee aan de slag gaan.”

Educatie in groepsvorm werkt goed. Weuring: “In een groep vinden patiënten eerder gezelligheid en verbondenheid. Elkaar aanspreken werkt beter dan als de huisarts of praktijkondersteuner dat doet. Dat fenomeen is in de eerstelijnszorg nog redelijk onbekend – die is veel meer individualistisch ingericht – maar je ziet nu wel dat het meer gaat komen.”

Medrie leidde POH’s en diëtisten op als PRISMA-trainers. Zij begeleiden – buiten de praktijk om – groepen diabetespatiënten. Weuring: “Patiënten krijgen een training van twee dagdelen. Vervolgens gaan ze weer naar hun vertrouwde praktijkondersteuner terug, die ook de inhoud van de PRISMA-training kent. We willen in de keten op dezelfde wijze werken, en hebben geprobeerd in onze scholing aan POHs met name te focussen op de vraagstellingen die zij gebruiken tijdens een consult. Hoe ga je in gesprek, hoe zorg je dat het vanuit de patiënt zelf komt, en je niet alles voorkookt? Hoe zorg je ervoor dat de patiënt concreet iets gaan doen? Daar hebben we veel aandacht aan besteed. Je kunt je voorstellen dat zoiets niet in één keer gedaan is, maar echt een ongoing proces is.”

Enthousiast ontvangen

Weuring: “We zagen dat PRISMA heel enthousiast ontvangen werd, maar dat het effect niet blijvend was. Dat vormde de aanleiding voor een onderzoek naar wat wij kunnen doen om die kennis te laten beklijven.” In december 2013 startte doorbraakproject DESTINE, wat staat voor Diabetes Education and Self-management To INcrease Empowerment. “Met dat project willen we wetenschappelijk onderzoek koppelen aan een eHealth toepassing gericht op zelfmanagement genaamd e-Vita, om te achterhalen hoe eHealth blijvend effect kan hebben bij educatie van diabetespatiënten. Wat is het effect van het vrijwillig gebruik van e-Vita bij PRISMA getrainde mensen met diabetes?”

De eHealth toepassing e-Vita is een online platform voor patiënten en zorgverleners. Patiënten kunnen meetwaardes inzien en zelf metingen invoeren, zorgpaden gekoppeld aan het PRISMA-actieplan inzien en via het platform communiceren met een zorgverlener. Ook bevat e-Vita een bibliotheek met informatie en regionale activiteiten, en educatie over diabetes van Stichting September.

Ervaringen uit Drenthe

In de regio Drenthe werd enkele jaren daarvoor al een zelfmanagementprogramma geïmplementeerd met e-Vita als eHealth-platform – met wisselend succes. Het Kenniscentrum voor Ketenzorg had in samenwerking met stichting Zorg binnen Bereik ervaring opgedaan met de implementatie van e-Vita. Maar het daadwerkelijke gebruik van e-Vita verliep moeizaam, met als oorzaken dat patiënten niet volledig zelfstandig met hun gezondheid aan de slag gingen en dat zorgverleners de meerwaarde nog niet volledig inzagen.

“De ervaringen uit Drenthe zijn meegenomen om dit doorbraakproject in te richten”, aldus Weuring. “De tool e-Vita is verbeterd, en we hebben de implementatiestrategie aangepast. We gaan het echt met een kleine groep doen, de koplopers in de regio, en daarmee alle kinderziektes eruit halen. Vervolgens willen we een positief verhaal vertellen aan de rest. Natuurlijk melden we tussentijdse positieve verhalen, maar het is voor dit doorbraakproject niet de bedoeling om tussentijds nieuwe huisartsen te werven.”

Betrokken huisarts

“Om het doorbraakproject op te zetten zijn 24 huisartsen geselecteerd. Weuring: “We hebben een groep geselecteerd van enthousiaste huisartsen binnen de zorggroep. Maar ik durf niet te zegen dat alle 150 huisartsen al enthousiast zijn over PRISMA en zelfmanagement.” Waar komt de afwachtende houding bij huisartsen en POH’s vandaan, volgens haar? “Ik denk dat het deels te maken heeft met de inschatting van de patiënt. Over het algemeen zijn er best een aantal patiënten die niet heel vaardig zijn met een computer, en dat wordt gegeneraliseerd. Daarnaast is de drukke agenda een factor, en hebben huisartsen geen tijd om iets nieuws te proberen – of zijn ze bang dat het veel tijd kost.”

Kaderhuisarts Frits Cleveringa is bij het DESTINE-project betrokken om de communicatie met huisartsen te onderhouden. Wanneer er resultaten zijn over de effectiviteit van de eHealth-toepassing bij zelfmanagement van diabetes, wil Medrie die informatie breder gaan communiceren onder de huisartsen. Weuring: “Als kaderhuisarts heeft Frits Cleveringa een visie op wat leeft er in de huisartsenwereld en hoe wij daarbij kunnen aansluiten.”

Financiering

Binnen Medrie zijn er twee verschillende financiers, vertelt Weuring. “Het doorbraakproject DESTINE is een wetenschappelijke onderzoek, waarin twee patiëntgroepen worden vergeleken. Een subsidie hiervan komt van stichting Zorg Binnen Bereik.”

Parallel aan DESTINE loopt een onderzoek naar de implementatie van het eHealth-platform. “Daarin onderzoeken we voor patiënten die eerder PRISMA gevolgd hebben – dat kan zijn van twee jaar geleden tot twee maanden geleden – wat de succes- en faalfactoren zijn. Waarom blijven patiënten e-Vita gebruiken, of waarom haken ze af? Dat project wordt door ZO! gefinancierd.”

Partners

Medrie werkt nauw samen met Alice Bosch van het Kenniscentrum Ketenzorg Chronische Ziekten. Vanuit de Hogeschool Utrecht is Esther du Pon betrokken als onderzoekster bij het doorbraakproject. Du Pon voert een 2,5 jaar durend onderzoek uit naar het effect van PRISMA op onder meer het gebruik van e-Vita, de participatie van de patiënt tijdens het diabetesconsult en de therapietrouw. Ook kaderhuisarts Frits Cleveringa is betrokken bij het ontwikkelen van een visie voor huisartsen. Weuring: “Ook werken we nauw samen met Achmea in dit traject.”

Patiënten

“Medrie werkt met een klankbordgroep bestaande uit zorgverleners, een vertegenwoordiger van de Diabetes Vereniging Nederland (DVN) en wetenschappers. De vertegenwoordiger van DVN heeft meegeholpen met het verbeteren van het eHealth-platform en de implemenatiestrategie. De centrale vraag was: hoe kunnen we mensen meer betrekken? Het is goed om van patiënten te horen wat zij verwachten – dan merk je toch wel dat de zorg anders denkt.” Het betrekken van patiënten bij het ontwerp en de implementatiestrategie is volgens Weuring een succesfactor.

“Een logische vraag voor patiënten is: what’s in it for me? Er moet wel iets lucratiefs in een training of een eHealth-platform zitten. Die meerwaarde hebben we door de samenwerking met de DVN echt gemerkt. Een patiënt kijkt naar wat een eHealth-toepassing hem of haar oplevert, bijvoorbeeld dat hij of zij via e-Vita minder afspraken bij huisarts hoeft te maken.”

Welke tips zou je mee willen geven aan collega’s?

  • “Begin met een kleine enthousiaste groep: implementatie van ondersteunde zelfzorg is niet behapbaar voor iedereen in een zorggroep”
  • “Aan de kant van de zorgverlener: zorg voor commitment in alle lagen van de praktijk, zowel bij de POH als bij de huisarts, en zorg voor tijd en financiële middelen om het mogelijk te maken.”
  • “Zorg voor goede back-up voor huisarts of POH, zodat ze direct ondersteuning kunnen krijgen wanneer er iets aan de hand is.” het Kenniscentrum voor Ketenzorg heeft hiervoor een helpdesk voor medewerkers opgezet, waar ze met vragen naar toe kunnen bellen.
  • “Kom regelmatig bij elkaar om ervaringen en kennis te delen: hoe loopt het, wat is nodig om een stap verder te komen?
  • “Stel duidelijk verantwoordelijkheden en doelen vast: wat verwachten we van elkaar?”
  • “Veranderen moet je aan twee kanten doen: aan de kant van de patiënt en aan de kant van zorgverlener. Zorgverleners moet overtuigd zijn, en de patiënt moet opgevoed worden om bijvoorbeeld meer online te doen.”

Nog een belangrijke tip volgens Weuring: verleid patiënten om gebruik te maken van zelfmanagement. “Dat kan door ze iets leuks geven, of door tijdswinst.” Neem patiënten aan de hand mee: laat ze ervaren hoe het platform werkt.

Toekomstige plannen

Het doorbraakproject loopt tot 2016 en de onderzoeksdoelstellingen staan vast. Dat betekent niet dat er geen gesprekken zijn over tussentijds meer patiënten enthousiast maken voor PRISMA of e-Vita als platform.

“We zijn nu aan het bekijken of het mogelijk is om PRIMSA breder in te zetten”, aldus Weuring. “Mijn visie is dat we twee zelfmanagement interventies aan elkaar gekoppeld hebben, maar dat er wellicht verschillende patiëntcategorieën zijn die een voorkeur hebben voor interventie A of interventie B. Misschien zullen jongere mensen eerder een voorkeur hebben voor eVita, maar dat weten we pas echt aan het einde van 2016.”

Meer informatie?

Lees hier meer over de ontwikkelpilots van Zelfzorg Ondersteund, waaronder Medrie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ingeborg Weuring, programmamanager Ketenzorg Zorggroep Zwolle (i.weuring@medrie.nl) of met Alice Bosch van het Kenniscentrum Ketenzorg Chronische Ziekten.