Persoonsgerichte zorg bij ROHA

 

In 2016 startte de Regionale Organisatie Huisartsen Amsterdam (ROHA) met het project ‘van vinken naar vragen en luisteren’, waarbij de zorggroep in de regio Amsterdam van ketenzorg naar meer persoonsgerichte zorg wilde bewegen. Directeur Marianne Bramson en Coördinator Chronische Zorg Karin ter Borg van ROHA vertellen over de reis die hun organisatie heeft afgelegd en wat zij geleerd hebben.

 

ROHA begeleidt huisartspraktijken bij het organiseren en bewaken van de kwaliteit van de ketenzorg, en is de grootste zorggroep van Amsterdamse huisartsen. Binnen ROHA werken ruim 180 huisartsen uit de regio Amsterdam samen, om zorg te leveren aan zo’n 360.000 patiënten.

 

Hoe ga je voor duizenden patiënten met een chronische aandoening en honderden huisartsen, praktijkondersteuners en zorgprofessionals ketenzorg op een andere manier inrichten? “Dat is echt een soort ontdekkingsreis, die we met de organisatie gemaakt hebben”, beaamt Marianne Bramson. “We merken iedere dag in de praktijk wat werkt en wat aanslaat of juist niet, hoe we met bedrijfsvoering en op praktijkniveau kunnen inspelen op behoeftes die professionals hebben.”

Ontstaan op de werkvloer

Een van speerpunten bij ROHA is de verschuiving van ziekte en zorg (ZZ) naar een perspectief waar gezondheid en gedrag (GG) centraal staan, de ZZ-naar-GG aanpak. Karin ter Borg: “Dat idee ontstond vanuit onze praktijkondersteuners, die op een POH-dag in 2015 kennis maakte met het Bettery Institute van huisarts Louis Overgoor. Zij werden daar zo door geraakt en zo enthousiast, dat de visie van ZZ naar GG zich als een olievlek verspreidde. De beweging ontstond echt vanaf de werkvloer.”

ROH Amsterdam rapport ‘Wie zal het een zorg zijn'

Behoefte aan concrete handvatten

 

Sinds 2016 geeft ROHA die visie een concrete invulling door het organiseren van trainingen, waar met een gespreksmethodiek wordt geoefend. Inmiddels zijn er 100 zorgverleners geschoold in de GG/ZZ-visie. Marianne Bramson: “We hebben daarbij nauw samengewerkt met Bettery om de training verder te ontwikkelen. Enkel een aansprekende visie om gedrag en gezondheid centraal te stellen is niet genoeg: we merkten dat zorgverleners – naast de training – ook behoefte hadden aan concrete hulpmiddelen. Hoe ga ik nou op een andere in gesprek met mijn patiënten, en waar leidt het toe? Praktijk-ondersteuners zijn gewend om geprotocolleerd te werken, terwijl dit juist nieuw is.”

 

Je kunt daarbij een geheugensteuntje aanbieden: ROHA liet voor alle praktijkondersteuners muismatten bedrukken waar het gespreksmodel op staat. Maar het allerbelangrijkste is aandacht voor intervisie en coaching on the job, zeggen Bramson en Ter Borg. “We kunnen geen extra consulttijd vrijmaken voor praktijkondersteuners om langere gesprekken te voeren met patiënten, we kunnen wel de randvoorwaarden scheppen. Dat doen we door trainingen, intervisie bijeenkomsten waarin praktijkondersteuners en huisartsen hun ervaringen delen, en praktijken begeleiding op maat bieden. Ook bieden we een financiële compensatie voor de tijd die het eigen worden van de wat andere consultvoering kost.”

Ervaringen gebundeld in publicatie

 

Inmiddels ligt er een boekje over de ervaringen bij de professionals én patiënten van ROHA. Het is een mooi ontworpen document waarin veel ervaringen met persoonsgericht werken en een andere manier van gespreksvoering worden gebundeld. Hoe ervaren patiënten de gesprekken, wat doen de praktijkondersteuners en huisartsen nu anders? De vele interviews in het boekje geven een goed beeld van hoe mensen hun ziekte ervaren, wat hun drijfveren of juist valkuilen zijn, en ook de geïnterviewde zorgprofessionals vertellen open en eerlijk over hun leerproces.

 

De publicatie ‘Wie zal het een zorg zijn?’ Verslag onderzoek persoonsgericht zorg in opdracht van ROHA is te vinden via rohamsterdam.nl. Meer informatie en contact met ROHA via Karin ter Borg.

De reis van ROHA werpt zijn vruchten af. “Praktijkondersteuners en huisartsen geven aan dat ze hun werk een hoger cijfer geven dan voorheen. We horen van onze professionals dat ze meer plezier hebben, minder hoeven te trekken aan chronische patiënten die gedragsverandering zo ontzettend moeilijk vinden. Dat was ook een van de redenen om te beginnen met deze aanpak persoonsgericht werken en een andere manier van gespreksvoering”, aldus Ter Borg.