Menno Wagenaar (64 jaar) woont samen met zijn vrouw in Hilversum. Al van kinds af aan kampt Menno met gezondheidsklachten: hij heeft astmatische bronchitis. Dat weerhield hem er niet van om ruim veertig jaar actief te zijn op de arbeidsmarkt. “Ik ben daar best trots op: niet veel mensen met een chronische ziekte houden werken zo lang vol.”

 

Toen Menno vier jaar oud was begonnen bij hem de gezondheidsklachten. Later werd de diagnose astmatische bronchitis gesteld. “In die tijd dacht men nog dat je over astma heen kon groeien. Dat was bij mij niet het geval, ik kreeg alleen maar meer klachten. Gelukkig zijn door de jaren heen de medicijnen sterk verbeterd, waardoor ik goed met mijn aandoening kan leven.” Sterker nog: Menno heeft het grootste gedeelte van zijn leven een drukke baan gehad. Eerst als hulpverlener en later als leidinggevende in de geestelijke gezondheidszorg, uiteindelijk als adviseur van de raad van bestuur in een grote organisatie in de ouderenzorg.

 

Inmiddels geniet Menno van zijn welverdiende pensioen, maar hij zit niet stil. De Hilversummer zit onder andere in de cliëntenraad van Meren, een organisatie voor revalidatie van onder andere longpatiënten. “Heideheuvel in Hilversum zit ook in hun portefeuille. Ik ben bij Heideheuvel zelf als kind twee maal een jaar onder behandeling geweest, dus het is wel bijzonder om vanuit die rol mee te denken in de cliëntenraad.” Daarnaast is Menno actief als vrijwilliger bij het Longfonds. Hij denkt mee over medische onderzoeken en richtlijnen voor longzorg en wordt weleens gevraagd om een groep toe te spreken over zijn ervaringen met de aandoening.

Oppas opa

 

Maar Menno’s favoriete tijdsbesteding? Dat zijn zijn twee kleinkinderen. Op maandag passen Menno en zijn vrouw op hun twee kleinzoons van twee en vier jaar oud. “Die kleine mannetjes zijn nu voor mij het belangrijkste” vertelt de trotse opa. “Zij zijn een goede stok achter de deur om me zo lang mogelijk fit en gezond te voelen.”

 

Menno is er weinig mee bezig dat hij ‘patiënt’ is: zo voelt hij zich namelijk niet. “Als kind wel, astma was een belangrijk thema in ons gezin. Maar later bij mijn eigen gezin viel dat volgens mij wel mee. Ik bedacht me laatst nog dat ik eens aan mijn kinderen moet vragen of zij mij ook als patiënt zagen vroeger. Voor mijn gevoel heeft mijn ziekte nooit een grote rol gespeeld in ons gezinsleven.”

100 keer 100

 

Ondanks dat zijn dagelijkse medicatie de klachten goed tegen houden, is Menno altijd kwetsbaar voor longproblemen. “Die kwetsbaarheid heeft ervoor gezorgd dat ik mijn conditie goed op peil wil houden, om zo mijn weerbaarheid te vergroten.” Dat betekent voor Menno dat hij dagelijks in beweging is. “Vroeger fietste ik heen en weer naar mijn werk, nu ik niet meer werk fiets ik regelmatig, vaak zo’n 100 kilometer, dat is ongeveer vier uur fietsen. Als dat niet gaat vanwege het weer, dan ga ik een uur zwemmen en daarna nog een uurtje wandelen of hardlopen.”

 

Menno sport meestal alleen, maar fietst wel af en toe met zijn vrouw. Toen hij stopte met werken, maakten ze samen een bijzondere reis. “We zijn vier maanden op pad geweest, waarin ik 100×100 gefietst heb: honderd dagen honderd kilometer per dag over routes van de Tour de France. Mijn vrouw reed met de camper van camping naar camping, ik zat op de fiets. Aan het einde stond er ongeveer 11.000 kilometer op de teller.” Menno maakte van zijn tocht een inzamelactie voor het Longfonds en haalde 7000 euro aan donaties op.

 

Zo nu en dan kijkt er weleens iemand verbaasd op als ze horen over Menno’s fanatieke sporten. “In mijn omgeving staat iedereen erachter, maar ik hoor vaak dat mensen zich erover verbazen hoe ik het volhoud op mijn leeftijd.”

Motivatie zoeken

 

Toch is Menno niet altijd zo actief geweest als hij nu is. “Als kind was ik nauwelijks in beweging te krijgen. Nadat ik op mijn 24ste een week werd opgenomen in het UMCU, begon daar verandering in te komen. Ik ontdekte fietsen en kwam er langzaam maar zeker achter dat beweging een positief effect had op mijn gezondheid. “Je bouwt conditie op”

 

Menno begrijpt ook dat het niet voor iedereen even gemakkelijk is om te gaan bewegen én dat te blijven doen. “Het lastige met bewegen is dat er altijd genoeg dingen zijn die je tegenhouden als je ermee wilt beginnen. Je voelt je zus of zo, het weer is dit of dat: drempels opgooien is eenvoudig. Maar lukt het je eenmaal om te beginnen, dan zul je zien dat het steeds makkelijker wordt. Het wordt steeds meer een gewoonte en het gaat steeds prettiger voelen om in beweging te zijn. Dat is dan ook het enige echte advies dat ik kan geven: begin ermee, je merkt snel genoeg effect.”