Determinanten van gezondheid

Kwalitatieve resultaten net zo belangrijk als kwantitatieve resultaten bij persoonsgerichte zorg

Tijdens het webinar ‘Inzicht in het resultaat’ op 19 maart gaf 97% van de deelnemers aan kwantitatieve resultaten niet belangrijker te vinden dan kwalitatieve resultaten. Stephan Hermsen, consulent bij ZO!, onderstreepte dit ook in zijn presentatie. We hebben de behoefte om de uitkomst te meten van wat we doen. Maar tussen wat we doen en wat we meten is niet altijd een causaal verband.

Op 19 maart organiseerden InEen en ZO! een de online kennissessie ‘Inzicht in het resultaat’. Een van de belangrijkste take aways van de kennissessie: veranderen in een complex systeem vraagt om een andere benadering. Het aantonen van effecten op uitkomstmaten is vrijwel onmogelijk. De focus ligt op of er sprake is van leren door de zorgorganisatie en -praktijken, en ervaringen van patiënten en professionals zijn leidend.

Verschillen in aanpak

Projecten met persoonsgerichte zorg en ondersteunde zelfzorg verschillen per organisatie en regio, aldus Stephan Hermsen, consulent bij ZO! en senior adviseur bij Vilans, tijdens de webinar. “Soms gaat het om een ‘smal’ project, waarbij een of meerdere praktijken met een bepaald instrument of het Individueel Zorgplan aan de slag gaan bijvoorbeeld. Bij andere zorggroepen werkt men breder aan een visie op persoonsgerichte zorg in de zorggroep of praktijk.”

De meeste Scan & Plan trajecten van ZO! zijn inmiddels in de evaluatiefase aangekomen. In de evaluaties valt op dat het vaak goed mogelijk is om aan te geven wat er is gedaan, wat het bereik was en welke ervaringen er zijn opgedaan. Tegelijkertijd blijkt dat het soms lastig is om iets te zeggen over de effecten. Vrijwel alle deelnemers aan de webinar geven aan het wel wenselijk te vinden om ook op dit niveau iets te kunnen zeggen over het resultaat. 97% geeft aan graag effecten op de gezondheid en de kwaliteit van zorg te willen meten.

Werkgeluk

Dat dit nog niet zo eenvoudig is, blijkt uit het verhaal van Stephan Hermsen tijdens de webinar. Hoe meet je wat een project met persoonsgerichte zorg oplevert? Het Triple aim gedachtegoed is een leidraad in veel regio’s, waarbij wordt gekeken naar verbetering van de gezondheid, ervaren kwaliteit van zorg en vermindering van kosten. Recent is daar een vierde pijler bijgekomen: die van het werkgeluk en welbevinden van de medewerkers.

“Tot nu toe willen we resultaat graag koppelen aan verbetering van de gezondheid van het individu, van de patiënt. Logisch dat we dat willen, maar bij mensen met chronische aandoeningen spelen er enorm veel factoren mee in wat invloed heeft op hun gezondheid. Denk aan huisvesting, inkomen, werk, sociale factoren en leefstijl. Steeds meer komen we nationaal en internationaal tot het inzicht dat we ons beter kunnen richten op het meten van de ervaren kwaliteit van de patiënt én de werkbeleving of het werkgeluk van de professional. Deze blijken goede voorspellers te zijn of er persoonsgericht gewerkt wordt.”

De zorg heeft voor een klein deel (4-10%) effect op hoe gezond iemand zich voelt. Op de afbeelding van determinanten van gezondheid (zie hierboven) is dat goed te zien.

Tellen en vertellen

Volgens Hermsen blijven kwantitatieve bronnen belangrijk, maar staat daarnaast het kwalitatieve deel, waarbij andere bronnen en narratieve technieken gebruikt worden om inzicht te krijgen in resultaat “Het gaat dus niet over ‘tellen óf vertellen’, maar over ‘vertellen én tellen’.”

Die ervaring deelt Karin ter Borg, coördinator chronische zorg en coördinerend praktijkondersteuner bij ROHA. Zij vertelde tijdens de kennissessie meer over de ervaringen met persoonsgerichte zorg bij ROHA. Naast kwantitatieve bronnen zijn de ervaringen van patiënten en professionals in de eerste jaren belangrijk om enthousiasme te creëren en om een beweging in gang te zetten.

Olievlek die zich verspreid

Ook de context is belangrijk om mee te nemen bij evalueren, bleek uit de kennissessie. Interventie A werkt anders in Urk dan in Maastricht. Het is belangrijk om juist kwalitatieve informatie over deze setting op te halen. Ook Ter Borg benadrukte dit in haar verhaal: bij de Amsterdamse zorggroep ROHA ziet men ook verschillen tussen wijken in Amsterdam.

Sinds 2016 geeft ROHA die visie op persoonsgerichte zorg een concrete invulling door het organiseren van trainingen, waar met een gespreksmethodiek wordt geoefend. Inmiddels zijn ruim 35% van de praktijkondersteuners en 15% van de huisartsen geschoold in de GG/ZZ-visie. “We zien dat het enthousiasme voor de trainingen zich als een olievlek verspreid binnen de organisatie, mede door nieuwsberichten en ervaringen van enthousiaste collega’s”, aldus Ter Borg. Het evaluatierapport ‘wie zal het een zorg zijn’ met de ervaringen van het project is te downloaden via deze link.

Online kennissessies persoonsgerichte zorg

In 2019 organiseren InEen en ZO! in totaal 8 online kennissessies. De volgende wordt gepland in mei en zal gaan over persoonsgerichte diabeteszorg. Houd de agenda van ZO! en InEen in de gaten voor de exacte datum. De online kennissessies worden beoordeeld als goed tot zeer goed. Bovendien geven vrijwel alle deelnemers aan geïnteresseerd te zijn om nogmaals deel te nemen. Een aanrader dus voor iedereen die in de praktijk bezig is met persoonsgerichte zorg.