bijeenkomst ondersteunde zelfzorg

Inzicht in ondersteunde zelfzorg binnen zorggroepen

Om de inventarisatie van de zelfzorginitiatieven in Nederland aan te vullen hebben Zelfzorg Ondersteund (ZO!) en InEen in het najaar van 2014 enquêtes verspreid onder zorggroepen. Deze zorggroepen werden onder meer ondervraagd over de opzet en doelen van hun zelfzorginitiatieven, het aantal deelnemende praktijkondersteuners en huisartsen en of er een zorgverzekeraar of patiëntenorganisatie betrokken is bij het project. Een blik op de eerste voorlopige conclusies.

 De enquêtes zijn een coproductie van ZO! en InEen. InEen behartigt de belangen van de georganiseerde eerste lijn, waaronder gezondheidscentra en eerstelijnscentra, zorggroepen, ROS’en, eerstelijns diagnostische centra en huisartsenposten. De enquête is 59 maal ingevuld door zorggroepen en door één zorgbelangorganisatie. “Deze enquêtes zijn bedoeld om een overzicht te krijgen van wat er gebeurt op gebied van ondersteunde zelfzorg in Nederland”, zegt Arthur Eyck, programmamanager bij InEen en voorzitter van de werkgroep implementatie van ZO!. “Met deze informatie kunnen we in de toekomst meer specifieke uitvraag doen bij de leden van InEen om hun ervaringen op te halen. Dit zal uiteraard worden afgestemd op het kwaliteitsbeleid waarvoor InEen aparte uitvragen bij de zorggroepen organiseert.”

Diabetes aan kop

Uit de respons van zorggroepen blijkt dat het merendeel van de projecten zich richt op diabetes (76%), gevolgd door COPD (44%), CVRM (41%) en psychische klachten (12%). Een deel van de projecten richt zich op alle chronische patiënten (24%).

Ook blijkt dat binnen de zelfzorginitiatieven vaak een groot aantal verschillende doelen en activiteiten wordt nagestreefd. Hiervoor wordt een grote verscheidenheid aan hulpmiddelen en instrumenten gebruikt. Regelmatig terugkerende doelen binnen zorggroepen zijn ontwikkeling van visie op zelfmanagement (47%), inzetten op gezamenlijke besluitvorming en invoering van het individueel zorgplan (IZP) (53%), ontwikkeling van leefstijlcoaching in groepen, bijvoorbeeld rondom bewegen (26%) en invoeren of inzetten van een zelfmanagementportal als dossier, educatie, individueel zorgplan en communicatie tussen patiënt en zorgverlener) (53%).

[box style=”1 or 2″]Het merendeel van de projecten is gericht op diabetes (76%), gevolgd door COPD (44%), CVRM (41%) en psychische klachten (12%).[/box]

Ook het stadium waarin de projecten zich bevinden loopt sterk uiteen. De projecten zijn ongeveer gelijkelijk verdeeld bezig met oriëntatie en voorbereiding (visie- en planontwikkeling) (35%), implementatie (instrumenten, trainingen, etc.) (41%) en daadwerkelijke uitvoering (inclusie patiënten) (41%). Een minderheid is al bezig met opschaling (21%) binnen de organisatie. Een klein deel van de projecten evalueert momenteel (18%). Eyck: “Uit de reacties kunnen we opmaken dat de ontwikkelingsfase waarin de projecten zich bevinden sterk verschillen. Sommige zorggroepen zijn al behoorlijk op streek, anderen zijn zich nog aan het oriënteren. Ze kunnen dus veel aan elkaar hebben. We hopen vanuit InEen en ZO! de onderlinge uitwisseling van ervaringen aan te jagen zodat de leercurve zo snel mogelijk kan worden doorlopen.”

Betrokken zorgverleners en patiënten

De projecten verschillen sterk van omvang. Het aantal te includeren patiënten varieert van enkele tientallen tot enkele duizenden. Met weglating van het grootste project – waarbij 1,2 miljoen patiënten en 450 POH’s en 450 huisartsen betrokken zijn – bedraagt het gemiddelde aantal te includeren patiënten ongeveer 25.000. Bij de projecten zijn gemiddeld 49 huisartsen (1-450) , 41 POH’s (1-450) en 38 uiteenlopende andere zorgverleners betrokken.

Gevraagd naar de betrokkenheid van patiënten in het project en de samenwerking met zorgverzekeraars geven de zorggroepen aan dat bij ruim de helft van deze projecten een patiëntenorganisatie betrokken is (58%) en bij de helft een zorgverzekeraar (50%).

Ondersteuning

Hoewel de behoefte aan ondersteuning sterk uiteen loopt van niet tot uitvoerig, geven de zorggroepen aan dat er veel behoefte is om ‘aangehaakt’ te blijven bij de actuele ontwikkelingen en ervaringen uit te wisselen. Ook is behoefte aan een overzicht van beschikbare hulpmiddelen, instrumenten, mogelijkheden voor ondersteuning etc.

[box style=”1 or 2″]”We hopen vanuit InEen en ZO! de onderlinge uitwisseling van ervaringen aan te jagen zodat de leercurve zo snel mogelijk kan worden doorlopen.”
– Arthur Eyck, programmamanager bij InEen[/box]

ZO! heeft daartoe een online toolkit ontwikkeld, met instrumenten die een bijdrage kunnen leveren aan het ontwikkelen van een visie op zelfmanagement(ondersteuning), het in kaart brengen van de gewenste competenties van de zorgverlener(s) en de organisatorische randvoorwaarden voor zelfmanagementondersteuning. In dat overzicht zijn ook hulpmiddelen opgenomen die coachingsgedrag (behorend bij zelfmanagement-ondersteuning) van de zorgverleners kunnen ondersteunen.

De resultaten van de enquêtes worden verwerkt in een interactieve kaart van Nederland op de website van ZO!, waar zorggroepen en geïnteresseerden meer informatie kunnen krijgen over contactpersonen en status per zorggroep.