Huisartsen Gelderse Vallei

“Tijd voor reflectie”: ketenzorgconsulent op praktijkbezoek

De regionale organisatie ‘Huisartsen Gelderse Vallei’ werkt hard aan het verbeteren van de persoonsgerichte zorg op het gebied van consultvoering, leefstijladvisering en eHealth. Huisartsprakijken krijgen hulp bij het doorvoeren van de verbeteringen van vier ketenzorgconsulenten. “We begeleiden en coachen de huisartsenpraktijken.” zeggen Anke de Blois en Cora Bloemendal. “Tegelijkertijd ondersteunen we de zorggroep. Omdat we weten wat er speelt in de praktijk kunnen we de zorggroep adviseren hoe ze met trainingen en beleid daarop aan kunnen sluiten.” Lachend: “We zijn eigenlijk de oren en ogen van de praktijken.”

Anke de Blois en Cora Bloemendal zijn beide praktijkondersteuner somatiek bij een huisartsenpraktijk in Ede. Daarnaast zijn ze beide ook werkzaam als ketenzorgconsulent voor Huisartsen Gelderse Vallei, de overkoepelende organisatie voor huisartsenzorg. De ruim 75 huisartsenpraktijken in de regio van Huisartsen Gelderse Vallei krijgen minstens een maal per jaar  – en indien gewenst vaker – bezoek door van een van de vier ketenzorgconsulenten.

Minder focus op indicatoren, meer op verbeteren

De Blois en Bloemendal draaien al een tijd mee als ketenzorgconsulent en ze merken dat kwaliteitsdenken in de zorggroep de laatste jaren verschuift. ”Vroeger lag er veel nadruk op de indicatorscores van de praktijken. In het gesprek met de praktijken stond uitleg over het belang van die scores centraal. De ondertoon was dat afwijkende scores niet goed waren. Nu zijn we veel meer coachend en begeleidend in gesprek met de praktijken.”

De Blois: “Een praktijkbezoek begint met boven tafel krijgen: wat is jullie visie, wat wil je de aankomende periode of jaren bereiken? En wat heb je nodig om daar te komen? We proberen beter aan te sluiten op wat de huisartsen en praktijkondersteuners zelf belangrijk vinden.”

Zo’n doel kan soms heel compact of concreet kan zijn, bijvoorbeeld meer samenwerking binnen de praktijk of onrust wegnemen na een personeelswisseling. “Tijdens een praktijkbezoek hoorde ik bijvoorbeeld dat ‘alle assistenten op één eiland zitten’. Wij gaan dan het gesprek aan met de medewerkers: is er behoefte aan scholing voor de assistentes, is er meer overleg nodig, hoe creëer je dat? Soms gaat maar een klein deel van het gesprek over de indicatoren, toch geloof ik dat we zo meer bereiken, omdat we het samen hebben over iets wat de praktijk zelf kiest en belangrijk vindt. En goede samenwerking tussen de medewerkers in de praktijk helpt bij het realiseren van goede zorg.”

Bloemendal vult aan: “Andere praktijken kijken al wat verder. Daar kan een doel zijn om de kwaliteit van de geleverde zorg en de indicatoren te verbeteren. We kijken praktijk- en persoonsgericht wat er nodig is en waar behoefte aan is bij collega’s.”

Reflectie

“Als jullie langskomen hebben we tijd voor reflectie.” Dat horen Bloemendal en De Blois vaak terug van praktijkmedewerkers. Het bezoek van de ketenzorgconsulent zorgt ervoor dat er tijd wordt gemaakt om samen over interne processen en kwaliteitsverbetering na te denken. Ze adviseren praktijken om dat vaker te doen, onderling te overleggen over werkwijze en patiënten. Zo’n regelmatige reflectie is noodzakelijk om persoonsgericht te blijven werken. “En dat gebeurt ook, sommige centra zitten iedere maand met het team om tafel en komen met hele concrete vragen bij ons terug.”

Volgens Cora Bloemendal helpt het dat zij en haar collega ketenzorgconsulenten praktijkervaring hebben. “In gesprek met de huisartsen, assistenten en praktijkondersteuners merk je dat het belangrijk is dat mensen worden gecoacht door iemand die de werkvloer kent.” Maar het helpt ook dat je geen onderdeel bent van de praktijk: je kunt als buitenstaander makkelijk zeggen wat opvalt of kritische vragen stellen.

Cora en Anke zijn niet alleen sparringpartner voor de praktijken, maar ook vraagbaak: “We weten welke trainingen worden gegeven, weten de juiste mensen te vinden en de lijnen zijn kort.” Huisartsen en praktijkondersteuners vinden het prettig om zo’n aanspreekpunt in de regio te hebben.

Anders leren werken

“Deze coachende werkwijze was voor ons als ketenzorgconsulent een flinke verandering van werken. Dat hebben we echt moeten leren: minder directief zijn, beter luisteren. Niet alles afmeten aan de scores, maar goed naar boven halen wat praktijkmedewerkers zelf willen. We hebben daar een training voor gevolgd. En we merkten dat de gesprekken met de praktijken daardoor anders en beter verliepen. Ook binnen de huisartsenorganisatie is deze discussie over de manier van begeleiden van praktijken gevoerd en de conclusie was: het moet meer op maat en minder dwingend. Met het vertrouwen dat je zo uiteindelijk méér bereikt. Om die manier van werken echt in de vingers te krijgen, bespreken we maandelijks de praktijkbezoeken en helpen we elkaar bij problemen en benoemen we leermomenten. Ook voor ons blijft reflectie belangrijk”, zegt De Blois.

Training en tijd

Persoonsgericht werken is een speerpunt tijdens de praktijkbezoeken geworden. “Wat vind je van persoonsgerichte zorg? Denk je dat dat het de toekomst is? Doe je dit al, of is er nog veel te leren? Dat zijn vragen die ik stel bij praktijkbezoeken, om te achterhalen hoe collega’s hierover denken”, zegt Bloemendal. “We gaan open het gesprek in. Als je een patiënt maar één keer per jaar ziet, kun je het dan toepassen, vroeg een huisarts laatst. Daar heb je het met elkaar dan over.”

De meeste praktijken bij Huisartsen Gelderse Vallei staan positief tegenover ondersteunde zelfzorg door patiënten en willen dat meer gaan doen in hun praktijk. Maar goede training en meer tijd zijn belangrijke voorwaardes voor een persoonsgerichte manier van werken, aldus De Blois. De zorggroep werkt momenteel aan een trainingsaanbod voor het thema persoonsgerichte zorg. “We hebben al een aantal avonden georganiseerd waar geïnteresseerden op af kwamen. Wil je dit goed opzetten, dat zullen we iedere praktijk persoonlijk moeten benaderen en per praktijk, afhankelijk van de behoefte en verwachtingen van medewerkers, gaan trainen. Anders krijg je iedere keer hetzelfde clubje mensen.”