Hart voor de zaak

 

“Als zorgverleners hun eigen doelen een beetje loslaten, gebeurt er veel meer in het gesprek met de patiënt.” Dennis van de Rijt van Hart voor de Zaak helpt zorgverleners daarbij. Na bestudering van bestaande trainingen en modellen voor persoonsgerichte zorg in opdracht van Zelfzorg Ondersteund!, ontwikkelde hij een 6-stappenmodel. ‘Doen’ staat centraal in de aanpak, want dat is de beste manier om tot gedragsverandering te komen, aldus Van de Rijt.

 

Zorgverleners hebben de neiging om in hun gesprek met de patiënt te hard te werken, constateert Dennis van de Rijt. “Als medische waardes afwijken, moet er actie worden ondernomen. Dat principe is diep verankerd in het werk van zorgverleners en moeilijk om los te laten. Ook al weten ze in theorie wel dat de wensen van de patiënt centraal zouden moeten staan. Patiënten zijn die aanpak gewend. Ze komen vaak al binnen met de opmerking ‘ik ben benieuwd wat mijn waardes zijn’. Ook voor hen is een persoonsgerichte aanpak wennen, want ze moeten ineens zelf aan de slag. Maar als zorgverleners en patiënten samen die stap weten te maken, dan komt het ten goede aan de relatie en stijgt de waardering van de patiënt voor de zorg.”

Zes stappen

 

De zes stappen die Van de Rijt hanteert, lopen in de praktijk vaak door of naast elkaar. Hij onderscheidt de volgende zes stappen:

  1. Gezamenlijk de agenda bepalen en consultvoorbereiding door de patiënt – Bijvoorbeeld door de patiënt te vragen om vooraf een aantal vragen te beantwoorden of simpelweg na te denken over wat hij of zij met de zorgverlener wil bespreken. Op die manier krijgt de patiënt een actievere rol in het gesprek.
  2. Verkenning met een brede blik – Hoe is het met iemand, hoe zit hij in zijn vel, wat is zijn kwaliteit van leven, wat vindt hij belangrijk, welke veranderwensen zijn er?
  3. Motiverende gespreksvoering – Om een (latente) behoefte van de patiënt naar boven te krijgen.
  4. Belemmeringen herkennen en aanpakken – Welke kennis of vaardigheden heeft de patiënt nodig om zijn veranderwensen te realiseren? Zijn er somberheidsklachten die de verandering in de weg staan, dan moet daar eerst iets aan worden gedaan.
  5. Een gezamenlijk plan maken – Dit komt tot stand op basis van gezamenlijke besluitvorming. Het doel en de stappen daar naartoe worden door de patiënt zelf geformuleerd.
  6. Aan de slag – De zorgverlener helpt de patiënt hierbij door te ‘coachen op veerkracht’. Sommige dingen lukken, andere niet. De kunst is om de dingen die wel goed gaan uit te bouwen. 

Beetje theorie, veel doen

 

Met drie trainingen, twee individuele coachsessies en een afsluitende telefonische coaching helpt Van de Rijt zorgverleners om persoonsgerichte zorg in de praktijk te brengen. Van de Rijt: “Ik bekijk met de zorggroep wat in hun specifieke situatie aandacht nodig heeft. Vaak gebeurt er al het een en ander op het gebied van persoonsgericht werken en soms zijn daarbij ook keuzes voor methodes of tools gemaakt. Daar stem ik de training op af. In sessies van drie uur nemen we de onderliggende theorie door en gaan we oefenen met een acteur. De nadruk ligt op doen. Alleen door veel te doen kun je gedragsverandering realiseren, is mijn ervaring. Daarom gaan we ook bij de zorgverleners langs voor individuele coachsessies. Dat doe ik samen met een ervaren collega-coach. We vragen de zorgverleners om met hun telefoon een aantal consulten op te nemen. Die luisteren we in de individuele sessies terug en daarop geven we feedback. Wat gebeurt er precies, wat is het effect daarvan, hoe komt dat en hoe kun je een andere wending geven aan het gesprek?”

Veel open vragen stellen

 

Van de Rijt illustreert dit met een voorbeeld. “Er was een opname van een consult van een POH met een mevrouw die door de dokter was verwezen omdat ze wilde stoppen met roken. De POH, die gewend is doelgericht te werken, kwam vrij snel ter zake en wilde afspraken maken over de aanpak. Ze sloeg een paar stappen over met het risico dat iemand zich niet gehoord voelt en onvoldoende gemotiveerd is om echt te stoppen met roken. Als je eerst vraagt waarom ze is gaan roken, wat het voor haar betekent en wat de voordelen ervan zijn voor haar, dan voelt ze zich wel gehoord en kun je het hebben over wat haar motiveert om te stoppen en wat voor haar haalbare stappen zijn. Door veel open vragen te stellen krijg je een heel ander gesprek. De kunst voor zorgverleners is erop te vertrouwen dat mensen zelf weten wat goed voor hen is.”

Spiegel voorhouden

 

Het programma wordt op dit moment uitgevoerd bij Zorggroep Beter in Bommelerwaard. De tweede en derde zorggroep starten binnenkort. “Mijn aanpak is gestoeld op beproefde modellen en de positieve ervaringen van anderen daarmee. De deelnemers waarderen de praktijkgerichte aanpak en je merkt dat dit voor hen werkt.”

 

Patiënten zijn niet per se vanaf de eerste dag tevredener, vertelt Van de Rijt. “Ze kunnen niet meer achterover leunen, ze moeten zelf ook wat doen. Dat is wennen. Er wordt naar hen geluisterd en de zorgverlener neemt de tijd, maar er wordt hen ook een spiegel voorgehouden: ‘ik hoor u zeggen dat u gezonder wilt leven, maar u wilt er niets voor laten’. Dat is overigens iets wat de meeste zorgverleners nog lastig vinden, net als het herkennen van de ‘haakjes’ in het verhaal van de patiënt die erop wijzen dat er iets anders aan de hand is.”

Ruimte om verder te kijken

 

Praktijkondersteuner Netty Langius beaamt dat. “Je gaat op een andere manier vragen stellen en luisteren naar wat een patiënt – soms tussen de regels door – zegt.” Ze werkt vanuit Star-SHL bij twee huisartsenpraktijken in Zaltbommel en neemt deel aan de pilot. Ze heeft twee trainingssessies en een individuele coachsessie achter de rug. “Daarvoor had ik een aantal gesprekken opgenomen en dat was best confronterend. Bij het terugluisteren dacht ik: nu moet je hem echt steviger aanpakken. Maar dat deed ik niet, ik bleef empathisch. Daarin heb ik wel wat geleerd. Samen met patiënten doelen stellen is voor mij niet nieuw, al gaan we daar nu nog een stapje verder in. Het is best moeilijk als een patiënt de oplossingen die je aandraagt wegwuift. De strategie van Hart voor de Zaak geeft je de ruimte om te zoeken waar de motivatie van een patiënt dan wel zit. Wil hij bijvoorbeeld voetballen met de kleinkinderen, dan kun je daarop verder.”

 

De pilot is nog in volle gang, daarom kan Langius nog niet veel zeggen over het resultaat van de persoonsgerichte aanpak. “Ik heb wel het idee dat patiënten het prettig vinden. Je bent minder aan het trekken aan een dood paard en je hoeft niet in dertig minuten je doel te bereiken. Laat iemand er thuis nog maar eens over nadenken en kom er de volgende keer weer op terug. Ik vind het een hele prettige manier van werken. En uiteindelijk levert het waarschijnlijk meer op omdat je aansluit bij wat de patiënt motiveert.”

Borgen persoonsgericht werken

 

In een afsluitende trainingssessie bespreekt Van de Rijt met de zorgverleners hoe zij de nieuwe werkwijze willen continueren. “Ik adviseer hen door te gaan met het af en toe opnemen van een sessie op hun telefoon. POH’s en huisartsen kunnen elkaar feedback geven tijdens het werkoverleg, intervisie of een terugkomdag, maar het geeft ook al veel inzicht wanneer je zelf de opname terugluistert. De zorggroep heeft als aanjager en stimulator een belangrijke rol bij het borgen van de persoonsgerichte werkwijze.”

 

Ga voor meer informatie naar de LinkedIn pagina van Hart voor de Zaak of www.hartvoordezaak.org.