ehealth monitor 2016

eHealth monitor 2016: meer dan techniek

Sinds 2013 brengen Nictiz en het NIVEL, op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), jaarlijks de stand van zaken op het gebied van eHealth in Nederland in kaart met de eHealth monitor. Daarbij gaat het om aspecten als: over welke eHealth-toepassingen beschikken zorggebruikers, artsen, verpleegkundigen, verzorgenden en praktijkondersteuners? Het thema van dit jaar is ‘eHealth: meer dan techniek’: wijzelf, onze organisaties en onze omgeving bepalen hoe deze maatschappelijke innovatie vorm krijgt.

Een van de onderzoeksgebieden van de monitor is zelfmanagement en online behandeling. Steeds meer mensen houden online gegevens bij over hun leefstijl en gezondheid, zoals informatie over voeding en diëet, en lichamelijke activiteit. Zo steeg het bijhouden van gegevens over lichamelijke activiteit, bijvoorbeeld via een stappenteller, van 12% in 2014 tot 22% in 2016. De onderzoekers schrijven daarover: “Het hoogste gebruik zien we bij zorggebruikers tot 50 jaar of met een hoger opleidingsniveau. Maar de sterkste stijgingen in gebruik zien we juist bij zorggebruikers van 65 jaar en ouder, met een middelbaar opleidingsniveau of een chronische aandoening.”

Zelf gegevens bijhouden

De groep patiënten die informatie over zorg en behandeling bijhoudt is een stuk kleiner dan de groep die zelfmetingen uitvoert, blijkt uit de monitor. 16% van de ondervraagde zorggebruikers gaf aan dat zij zelf gegevens bijhouden over hun gezondheid, 6% houdt zelf gegevens bij over doktersbezoeken of behandelingen. Dat gebeurt nog zelden digitaal: ruim een derde van de zorggebruikers bewaart relevante informatie over gezondheid overzichtelijk bij elkaar, op papier. Uit het onderzoek: “Zelden maken mensen gebruik van een persoonlijk gezondheidsdossier (PGD). Als men daar wel voor gekozen heeft, vindt men dat in het algemeen nuttig, handig en prettig.”

Aanbevelingen

Een structureel beeld dat in de eHealth monitor naar voren komt is dat zorgconsumenten nog relatief weinig gebruik maken van digitale mogelijkheden. Wel stellen de onderzoekers: positief is dat de groep van zorggebruikers die weten wat bij hun huisarts aan online diensten beschikbaar is, langzaam maar zeker toeneemt.

“De onbekendheid met en het relatief beperkte gebruik van eHealth-diensten staan in contrast met onze bevinding dat een belangrijk deel van de zorggebruikers (bijna de helft) graag online diensten wil gebruiken, zoals de aanvraag van herhaalrecepten en online afspraken. Dit contrast tussen de aangegeven interesse enerzijds, en het achterblijvend gebruik anderzijds, is hardnekkig”, concluderen de onderzoekers.

Een van de vijf aanbevelingen in de monitor is dan ook om actief het gebruik van eHealth door patiënten te stimuleren. Zorgaanbieders, ondersteund door hun beroepsverenigingen, kunnen hun aanbod van online diensten meer onder de aandacht brengen van patiënten, en dat structureel opnemen in het reguliere zorgproces. Andere aanbevelingen zijn om best practices op het gebied van eHealth in zorgrichtlijnen en zorgpaden op te nemen, en de integratie van eHealth in curricula en training en nascholing op het gebied van eHealth te bevorderen.

Wilt u gemakkelijk alle data uit de eHealth monitor bekijken? Dat kan via deze Nictiz website.