Dubois van rij verbinding als basis

 

Het herkennen van gedragingen en daarop inspelen. Dat is in een fase van verandering de basis voor Persoonsgerichte zorg 2.0, vertelt trainer-coach Karin Dubois van Dubois & Van Rij. In samenwerking met Zuyd Hogeschool en de Universiteit van Maastricht ontwikkelde zij een methode die zorgverleners en zorgorganisaties helpt om op een coachende manier te werken.

 

Bijzonder aan de aanpak van Dubois & Van Rij is dat er niet alleen naar de patiënt wordt gekeken. “In de interactie tussen patiënt en zorgverlener, zijn ook de gedragingen van de zorgverlener van invloed”, benadrukt Karin Dubois. “De mate van controle die iemand heeft in een situatie of over een ziekte en de acceptatie daarvan, leiden tot bepaalde gedragingen of weerstanden. Als je die herkent, gezondheid centraal stelt en je eigen rol erkent, dan weet je hoeveel informatie je moet geven en een stapje verder kunt komen ”

 

“Mensen worden traditioneel ingedeeld in laag- en hoogopgeleid, jong en oud, enzovoort”, vervolgt ze. “Ik propageer in het kader van persoonsgerichte zorg een indeling op basis van gedragingen. Daarvoor heb ik profielen gemaakt die geïnspireerd zijn op onderzoek van Sjaak Bloem en Joost Stalpers naar subjectieve gezondheidsbeleving. De essentie van mijn verhaal is dat er vertrouwen moet zijn om verbinding te kunnen maken en samen te kunnen kijken welke stappen nodig zijn om de ervaren gezondheid te verbeteren.”

De reiziger

 

In trainingen voor huisartsen en praktijkondersteuners gebruikt Dubois de metafoor van de reiziger. “Kijkend naar acceptatie en controle zijn er vier typen reizigers. De eerste zegt ik ga naar Barcelona en weet hoe ik er moet komen. Bij een verstoring onderweg stapt hij uit en zoekt hij hulp bij een professional. Type twee gaat op reis en krijgt het bij het eerste kruispunt al lastig. Moet hij naar rechts, naar links of rechtdoor? Hij overweegt er iemand bij te halen of terug te gaan. Als hij er iemand bijhaalt krijgt hij misschien een advies dat hij niet kan opvolgen en dat schrikt hem af. Type drie zegt: ‘Ik ga naar Barcelona én nog een stukje verder’. Achteraf vertelt hij: ‘Ik kwam er niet, maar dat lag niet aan mij, de weg was slecht’. Hij heeft geen hulp ingeroepen en legt de schuld buiten zichzelf. Reiziger vier gaat helemaal niet naar Barcelona, die verkent liever de straat. Dat is voor hem al groots en meeslepend genoeg. Als je doelen wilt stellen, moeten die voor een patiënt haalbaar zijn. Dat betekent dat je een type twee niet te veel keuzes moet geven en dat je een type één misschien niet vier keer hoeft te laten komen. Die komt toch wel als hij een vraag heeft.”

 

De typen zeggen niet alleen iets over de patiënt, ze zeggen ook wat over de zorgverlener, de reisleider, legt Dubois uit. “Bij het ene type ervaar je als zorgverlener meer weerstand dan bij de andere. Als je dat weet, kun je het voorblijven en sneller slagen maken.”

4-bollenmodel

 

De aanpak van Dubois trok de aandacht van professor Sandra Beurskens en van Maastricht University. De universiteit ontwikkelde met promovenda Stephie Lenzen van Zuyd Hogeschool, InEen en NHG de handreiking Gezamenlijke Besluitvorming. “Daarin wordt een 4-bollenmodel beschreven, dat symbool staat voor de vier domeinen die je als zorgverlener met de patiënt verkent: mijn gezondheid, mijn activiteiten, mijn omgeving en mijn eigen manier. Zo krijgen de zorgprofessional én de patiënt inzicht in de ervaren gezondheid. Een mooi model, maar er ontbrak nog iets, aldus Dubois. “Je moet eerst in gesprek zijn, verbinding maken. Anders is er een grote kans dat een patiënt ja zegt en nee doet. Daar kunnen diverse redenen voor zijn die vanuit het perspectief van de zorgprofessional niet altijd logisch lijken. Daarom hebben we een integratie gemaakt tussen het 4-bollenmodel en mijn patiëntprofielen.”

Begeleiding op maat

 

Karin Dubois ondersteunt zorgaanbieders bij het implementeren van deze aanpak, die ze Persoonsgerichte zorg 2.0 noemt. De grootste valkuil is dat het persoonsgericht werken onvoldoende gedragen wordt door de organisatie, zegt ze. Daarom betrekt ze iedereen die werkzaam is binnen de praktijk in het verandertraject. “We kijken waar een organisatie staat en hoe ver deze wil gaan in het persoonsgericht werken. Daar stemmen we de begeleiding op af. We organiseren een workshop voor de huisartsen gericht op bewustwording, vervolgens krijgen de POH’s de training Coachende zorgprofessional. De weken daarna krijgen ze begeleiding on the job en na zes weken is er een verdiepingsbijeenkomst. Vervolgens krijgen de POH’s nog een jaar lang e-coaching.”

Menukaart

 

“Als geheugensteuntje hebben we het consultmodel persoonsgerichte zorg uitgewerkt in een overzichtelijk A4-tje en naar alle zorgverleners verstuurd. Het moet er ook aantrekkelijk uitzien om er in de praktijk mee te gaan werken”, zegt Eikelenboom.

 

Van Bussel: “In het begin moest ik ook wennen aan deze nieuwe manier van consult voeren, dus was het fijn om een soort houvast te hebben tijdens die twintig minuten die ik met mijn patiënten heb. Het consultmodel ligt naast me op mijn bureau.”

 

Bij zorggroep DOH werd ook een menukaart persoonsgerichte zorg ontwikkeld voor de huisartsen en praktijkondersteuners. Zij kunnen op de menukaart in één oogopslag zien hoe alle elementen van persoonsgerichte zorg zijn ingedeeld. Onderdelen zijn de consultvoering, gebruik van het individueel zorgplan, en wat voor ondersteuning je patiënten kan bieden, van eHealth tot groepscursus. Sommige patiënten willen graag met zelfmetingen aan de slag thuis, bij andere patiënten zal je eerst kenmerken en voorkeuren in kaart moeten brengen.

 

Eikelenboom: “Met de menukaart die we hebben ontwikkeld laten we aan huisartsen en praktijkondersteuners zien dat maatwerk mogelijk is. Standaard komt een diabetespatiënt 4 keer per jaar op controle, maar voor een goed ingestelde diabetespatiënt is 2 keer per jaar voldoende. Kijk naar de zogeheten zorgzwaarte, vragen we collega’s. Je mag best afwijken van het protocol als dat nodig is, afhankelijk van de ziektelast en de wensen van een patiënt.”

Welke rol heeft de zorgprofessional?

 

“We willen meer aan de zijlijn staan, faciliteren bij wat een patiënt nodig heeft om zijn of haar gezondheidsdoelen te bereiken”, aldus praktijkondersteuner Van Bussel.

 

“De doelen die een patiënt wilt bereiken, worden niet door de professional opgelegd. Ik zeg niet: je moet twintig kilo afvallen. Ik vraag: wat zou voor u een streefgewicht zijn? En wanneer wilt u dit bereiken? Dan maken we samen een plannetje.”

 

“Als iemand vroeger op mijn spreekuur kwam die moest of wilde stoppen met roken, dan werd er een plaatje van een long in een verschrikkelijke toestand erbij gepakt. ‘Kijk, dit gebeurt er met je longen als je doorgaat met roken’, vertelden we daarbij. Die methodiek, met angst bij mensen door proberen te dringen, werkt niet: we gaan op zoek naar iemands motivatie en drijfveren. Rookt iemand omdat hij of zij veel stress heeft, bijvoorbeeld.”

 

“Tegenwoordig vinden we het vooral belangrijk om samen met de patiënt te kijken: wat wil je bereiken? Niet wat moet je bereiken. We halen de druk eraf. Mijn manier van bevragen, mijn hele attitude, is veranderd.”

 

Bekijk hier de menukaart en het consultmodel persoonsgerichte zorg, gebaseerd op het consultmodel chronische zorg van Thea Toemen (2014), dat wordt gebruikt bij DOH. Voor meer informatie of vragen: Nathalie Eikelenboom, n.eikelenboom@zorggroepdoh.nl.