Zoeken:

Financiering

Zelfzorg Ondersteund kan u tegemoetkomen voor de initiële investeringen die uw zorggroep mogelijk maakt bij het invoeren van ondersteunde zelfzorg. Welke financiële middelen zijn er om ondersteunde zelfzorg op grote schaal te implementeren? En wat is het maatschappelijke rendement van ondersteunde zelfzorg voor patiënten met een chronische aandoening?

Initiële investering

Zorggroepen, huisartsen en POH’ers merken dat extra tijd en inzet nodig is voor opschaling, met name voor de eenmalige slag in visievorming, draagvlak creëren, extra opleidingen, bijstellen van zorgprocessen en inbedden van eHealth in het nieuwe proces. Zorgverzekeraars willen tegemoetkomen in deze initiële investeringen. Landelijk stellen zij in deze eerste fase drie miljoen euro beschikbaar die nodig is om zelfmanagement van de grond te krijgen.

Het kan zijn dat de zorggroep extra tijd nodig blijkt te hebben om ondersteunde zelfzorg te implementeren. Bijvoorbeeld omdat de praktijkondersteuners meer dan gebruikelijk getraind en opgeleid moeten worden. Of omdat de implementatie van het zelfzorgsysteem ook een verandering in de wijze van consultvoering vraagt. Dat zijn eenmalige kosten van de ‘omslag’ die gemaakt moet worden. Daarvoor kan ook tijdelijk een extra investering nodig zijn.

Een consulent van ZO! helpt om budget te krijgen om deze eenmalige kosten van de ‘omslag’ te dekken. Ook kan de consulent begeleiden bij gesprekken met de zorgverzekeraar als blijkt dat er andere afspraken nodig zijn. En consulenten van ZO! zijn beschikbaar als sparringspartner.

Om in aanmerking te komen voor de investeringsgelden doorloopt een zorggroep het Scan & plan traject en vult een Kom Verder Aanvraag (PDF) (Word) in.

Maatschappelijke businesscase: social return on investment

Voor alle partijen die deelnemen en investeren is het belangrijk om inzicht te hebben in de te ver­wachten economische en maatschappelijke kosten en baten van de implementatie van ondersteunde zelfzorg. Om die reden wordt jaarlijks een SROI (social return on investment) gemaakt.

De SROI analyse voor ZO! laat in 2016 opnieuw zien dat er maatschappelijke winst te behalen is door het implementeren van ondersteunde zelfzorg. Ieder jaar wordt de SROI aangescherpt op basis van diverse bronnen zoals wetenschappelijk onderzoek, implementatie data uit de praktijk, ontwikkelpilots, Vektis cijfers en regionale verdiepingen.

De uitkomsten van de SROI ­analyse 2016 zijn in de onderstaande figuur samengevat. Hierbij zijn de maatschappelij­ke inbreng en opbrengsten in gemiddelde waarde per stakeholder weergegeven (per patiënt uit de doelgroep, per jaar, gemiddeld over 5 jaar):

  • De SROI ratio komt uit op 4,5: elke euro input levert een maatschappelijke winst op ter waar­ de van 4,5 euro
  • De belangrijkste value drivers hiervoor zijn een toename in de kwaliteit van leven, een afname van de zorgkosten en een afname in het langdu­rig ziekteverzuim.
  • De afname in de zorgkosten komen door lagere kosten voor huisartszorg, farmacie, medisch specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en overige kosten.
  • Om de implementatie van ondersteunde zelf­zorg en bijbehorende opbrengsten te realiseren is vooral inbreng nodig van patiënten (tijd), de huisartsenpraktijk en de zorggroep (beiden in tijd en middelen).
  • Voor een landelijke uitrol is een investering nodig om deze omslag te maken.

Voor huisartsen is sprake van een negatieve business case omdat ook zij degene zijn die tijd en middelen investeren om de omslag te maken. Zorgverzekeraars hebben naar aanleiding van deze SROI middelen beschikbaar gesteld om tegemoet te komen aan de initiële investering die nodig is. U leest hier de volledige Social return on investment analyse 2016.

Social return on investment (SROI) ZO! 2016

Contractering

Binnen de coöperatie Zelfzorg Ondersteund zorgt de werkgroep contractering ervoor dat er preconcurrentieel en passend binnen de mededingingskaders (kwalitatief inhoudelijk) afspraken worden gemaakt over de wijze waarop ondersteunde zelfzorg een onderdeel wordt van de reguliere inkoopafspraken van zorgverzekeraars. Dit gebeurt in een werkgroep waarin patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars alle drie vertegenwoordigd zijn. De werkgroep kijkt naar drie factoren: de kwalitatief inhoudelijke definiëring van de uit te voeren activiteiten en interventies, de inclusiecriteria van patiënten en het gebruik van goedgekeurde zelfzorgplatforms.

Voor 2015 is een eerste stap gemaakt met het document Kwalitatief inhoudelijke afstemming contractering zelfzorg 2015. In 2016 zijn deze afspraken verder uitgebouwd op onder andere het terrein van leefstijlinterventies en de inzet van zelfzorgplatformen.

Back to Top