Zoeken:

“Dat is eigenlijk een beetje vragen om diabetes”

De 58-jarige Beer Faasse begon zijn carrière ooit als zwemleraar. Maar geleidelijk gaat hij steeds minder bewegen. Halverwege de 40 komt hij er op zijn werk per toeval achter dat hij diabetes type 2 heeft. “Het roer moest om: ik wist dat diabetes type 2 met je leefwijze te maken heeft. Maar in de sportschool staan was niets voor mij.” Gelukkig vond hij een activiteit die leuker en gemakkelijker vol te houden is: een wekelijkse wandelgroep in Utrecht, zijn woonplaats.

“Eigenlijk kwam ik er per toeval op mijn werk achter dat ik diabetes heb”, zegt Beer. Hij werkt al ruim vijfendertig jaar bij de Belastingdienst in Utrecht, momenteel als redacteur interne media. Ook is hij op zijn kantoor hoofd bedrijfshulpverlening (BHV). “Daarvoor moet ik mij om de zoveel tijd lichamelijk laten keuren. Jaren geleden werd bij zo’n keuring mijn glucosewaarde gemeten en daar kwam uit dat ik wel een erg hoge bloedsuikerspiegel had. Ik was toen halverwege de 40.”

“Die diagnose verklaarde ook de symptomen die ik had. Ik dronk heel veel water, had veel dorst, en als ik ’s avonds op de bank zat, dan sukkelde ik nog weleens weg. Dat schreef ik toe aan mijn drukke baan als mijn zoons me dan wakker maakten. Maar achteraf gezien waren dat natuurlijk wel symptomen die verklaarbaar waren vanuit de diabetes.”

Steeds minder beweging

“Ik wis wel dat diabetes type 2 voor een groot deel met je leefwijze te maken had”, zegt Beer. Door de jaren heen veranderde zijn leefstijl geleidelijk. “Vroeger was sporten heel belangrijk voor me. Ik ben een tijd zwemleraar geweest. Tot mijn twintigste speelde ik heel actief waterpolo, tot ik in militaire dienst ging. Ik ben 2 meter en woog in die tijd 100 kilo. Dat waren eigenlijk allemaal spieren. Na een half jaar in dienst woog ik 130 kilo en die 30 kilo had niets met spieren te maken”, lacht hij.

Beer Faasse

“De combinatie van overgewicht met uiteindelijk toch een zittend beroep en weinig activiteit, waarbij ik eigenlijk weinig meer aan sport deed: ja, dat is een beetje vragen om diabetes. Achteraf gezien.”

Confronterend om te moeten spuiten

Beer merkte in het dagelijks leven weinig van zijn diabetes. Tot hij geconfronteerd werd met insuline spuiten. “Na de diagnose moest ik mijn bloedwaardes met pillen gaan reguleren, maar die diabetes ontwikkelde zich bij mij toch in de verkeerde richting. Uiteindelijk moest ik één keer per dag langzame insuline spuiten.”

Een tijdlang zag hij daar tegen op. “Toen ik moest gaan spuiten, werd ik toch meer geconfronteerd met het feit dat ik een chronische ziekte had. Geestelijk moest ik dat verwerken. Als je pillen slikt, dan kan je dat nog een beetje wegstoppen, zo van ‘het valt allemaal wel mee’. Maar op het moment toen ik moest gaan spuiten, werd dat toch wel confronterend.”

Schoon genoeg van de sportschool

Beer sloot een abonnement af op de sportschool en startte met fietsen en op de loopband wandelen. “Maar na twee jaar had ik daar echt schoon genoeg van. Twee keer in de week naar de sportschool had een positief effect op mijn glucose – dat was duidelijk waarneembaar – alleen ik hield het niet vol als bezigheid. Ik moest me op het laatst echt naar die sportschool toe slepen.”

Wandelen op dinsdag

Via zijn praktijkondersteuner wordt hij gewezen op een wandeltraining voor de Nationale Diabetes Challenge. Die training wordt onder begeleiding van wandelcoach Francien van Putten georganiseerd vanuit het Gezondheidscentrum Binnenstad in Utrecht. Beer sloot zich afgelopen voorjaar aan bij de groep op dinsdagavond. “Wandelen is leuk om in een groep te doen. Je loopt een uur of twee, tweeënhalf, en intussen babbel je met elkaar. We hebben het over concerten of films die we hebben bijgewoond, of over vakanties, over van alles en nog wat. Maar eigenlijk komt onze diabetes nooit ter sprake. Dat is eigenlijk helemaal geen item.”

Stok achter de deur

Weer of geen weer, de wandelgroep op dinsdagavond wacht. “Normaal gesproken zou ik zeggen ‘nou, het regent, vanavond laat maar even zitten’. Maar je hebt een afspraak met elkaar. Om half zeven staan we daar en daar en dan gaan we lopen.”

Inmiddels wandelt Beer elke werkdag tijdens zijn lunchpauze en nog drie avonden in de week. Een avond is voor de wandelgroep, de andere twee avonden wandelt hij alleen of samen met zijn vrouw. Met de wandelgroep werkte hij toe naar de landelijke finale van de Nationale Diabetes Challenge, op 15 oktober. Daar wandelde Beer’s wandelgroep, samen met ruim 3100 mensen, na maanden voorbereiding hun slotafstand van 20 kilometer.

Beer Faasse

En nu de finale van de Nationale Diabetes Challenge erop zit heeft Beer de smaak goed te pakken. “We hebben met de wandelclub besloten om door te gaan. Francien van de Putten blijft ons begeleiden. Ik heb daarnaast een nieuwe uitdaging op het oog. De Belastingdienst doet ieder jaar mee met de Nijmeegse Vierdaagse. Onder leiding van sportinstructeurs van de Douane trainen ruim 200 medewerkers in hun vrije tijd voor de Vierdaagse. Dat lijkt me op zich een leuke nieuwe uitdaging”, lacht hij.

Zijn praktijkondersteuner houdt hij per mail op de hoogte van zijn bloedwaardes. “Ik maak een spreadsheet en die mail ik haar toe. Zo kan zij van tevoren al bekijken hoe dat verloop is geweest. Dan hoeven we dat niet meer zozeer tijdens ons gesprek te behandelen, dan heeft ze daar al een beeld van.” Sinds Beer met de wandelgroep is gestart, zijn zijn bloedwaardes gedaald.

Back to Top